Nederlandse textielindustrie

Wanneer er gesproken wordt over de textielindustrie, dan gaat het om die bedrijfstak waarin er textiel gefabriceerd wordt dat omgezet kan worden in andere spullen. Dit gebeurt meestal machinaal, maar kan ook via huisarbeid gebeuren. Tegenwoordig neemt de textielindustrie slechts een klein gedeelte van de Nederlandse handel in beslag. Lees hier meer over de oorsprong en de huidige situatie van de Nederlandse textielindustrie.

Geschiedenis van de textielindustrie

Rond het einde van de 17e eeuw begon de export van Nederlands textiel te groeien. Doordat er gezocht werd naar arbeiders die werkten voor lage lonen, werd de productie veelal verplaatst naar dorpen in onder andere Noord-Brabant. Belangrijke plaatsen in de geschiedenis van de Nederlandse textielindustrie zijn dan ook Tilburg, Winterswijk, Helmond, Veenendaal, Goirle, Gemert, Geldrop en Eindhoven.

In de beginjaren van de textielproductie werd er vooral wollen stof geproduceerd. Tilburg en Geldrop waren de belangrijkste locaties voor de wolproductie. Ruwe wol werd veelal geïmporteerd vanuit landen zoals Spanje. Rond 1800 ontstonden de eerste spinnerijen die dankzij wind- en waterkracht mechanisch werkten. Vanaf ongeveer 1850 begonnen er grote textielfabrieken te ontstaan die met machines werkten en zo meer konden produceren. In de 19e eeuw nam ook de productie van linnen en katoen toe. Er waren werklieden van allerlei specialisaties, zoals scheerders en spinners, maar de handel en verkoop van het textiel werd geregeld door fabrikeurs.

De huidige situatie

Aan het begin van de 18e eeuw werkte bijna een derde van de beroepsbevolking in de textielindustrie. Dit aantal nam in de 20e eeuw snel af. In 1957 waren er nog 168 wolbedrijven, in 1977 waren dit er al 130 minder en werkten nog maar 2000 mensen in de industrie. De belangrijkste redenen voor de afname waren:

In het jaar 1950 besloeg de textielindustrie in Nederland nog ruim een vijfde van het binnenlands product, aan het begin van de 21e eeuw was dit nog maar 2,3 procent.

Koninklijke Ten Cate NV

Een belangrijke speler in de hedendaagse Nederlandse textielindustrie is het bedrijf Koninklijke Ten Cate NV uit Almelo. Dit bedrijf werd opgericht aan het einde van de 17e eeuw en is inmiddels uitgegroeid tot een multinational en tot marktleider in industrieel textiel. Om de crisis in de textielindustrie aan het begin van de 20e eeuw op te vangen richtte het bedrijf zich op diversificatie, er werd toen bijvoorbeeld stof voor Levi's jeans geproduceerd maar ook plastic verpakkingen. Een belangrijk onderdeel van de Koninklijke Ten Cate NV is de glasvezelweverij waar technisch textiel geproduceerd wordt. Sinds begin jaren '70 is het bedrijf zeer actief in tapijten en kunstgras. Tegenwoordig worden er bovendien brand- en kogelwerende uniformen voor Amerikaanse soldaten geproduceerd.

Nederlands Textielmuseum

Wanneer je meer wilt weten over de geschiedenis en de toekomst van de Nederlandse textielindustrie kun je een bezoekje brengen aan het TextielMuseum in Tilburg. Dit museum bevindt zich in een voormalige textielfabriek en werd geopend in 1958. Je kunt er bekijken hoe er vroeger wol geproduceerd werd, een kijkje krijgen in het (niet altijd even leuke) leven van een vroegere textielarbeider, en je kunt er moderne textielmachines bewonderen.